248819
 
 
 
 
 

     Menu:

> Startscherm
> Schrijvers
> Verhalen
> Open verhalen
> FAQ
> Vintage

Misscha
Hoofdstuk Twee
Door: avharen
Commentaar van de schrijver:
Hoofdstuk Twee
Categorie: Fantasy
Geschatte leestijd: ca. 12 minuten

Hoofdstuk Twee

Ontspannen en in een rustig tempo drinkt ze haar water. Als ze af en toe haar ogen opent, ziet ze haar kleine gezicht weerspiegelt in het onrustige bewegende water; grote groene ogen met in het midden een diepzwarte pupil. Het grootste deel van haar fijn gevormde gezicht is bedekt met gitzwarte haren, welke precies op het midden van haar neusje overgaan in een dofwitte kleur. Het rimpelige water laat nog net een stukje wit van haar kin en onderbuik zien.
Boven haar klinkt het zachte tikken van een koekoeksklok die aangeeft dat de ochtend al bijna voorbij is. Aan de andere kant van de keuken, vlak naast de warme kachel, staat haar slaapmandje. De route die Misscha de meeste keren in een dag loopt, is die van haar mandje naar haar voerbakje.
De keuken is net als de rest van de boerderij sterk verwaarloosd. Het behang hangt op diverse plaatsen omlaag van de muur en is bedekt met gele en bruine vlekken.
Naast de kachel tegen dezelfde muur staat een eikenhouten keukentafel, langwerpig en met de lange kant tegen de muur.
Aan de kant bij de kachel zit een oude vrouw van ongeveer vijfentachtig jaar oud. Ze is de enige bewoonster van deze oude woning. Vóór haar op de tafel staan potjes met medicijnen, twee tubetjes zalf en een kleine verzameling make-up. Ze heeft haar dagelijkse hoeveelheid medicijnen al ingenomen, de zalf op haar van ouderdom pijnlijke benen gesmeerd en is nu net begonnen met het aanbrengen van haar make-up. De oude vrouw heeft haar lange grijze haren die tot op haar schouders vallen, opgestoken in een losse knot op haar hoofd. De lichtblauwe ogen in haar bruin gerimpelde gezicht, bevatten nog altijd die heldere schittering uit haar jeugd. Ondanks haar leeftijd is ze helder van geest.
Door de keukendeur heen klinkt het gekletter van de brievenbus, gevolgd door een doffe bons. Misscha kijkt blij op en neemt vervolgens een duik door het kattenluikje in de keukendeur. Ze rent door de hal en de lange gang en komt met een klein sprongetje tot stilstand op de ochtendkrant en een aantal brieven die door haar aankomst alle kanten opvliegen. Met haar kleine bekje neemt ze de brieven één voor één tussen haar tanden, steeds de volgende tegen de muur aandrukkend om er een betere grip op te krijgen en rent er vervolgens mee terug naar de keuken. Haar veel te ruim zittende vacht onder haar buik zwaait wild van links naar rechts terwijl ze rent en raakt op sommige momenten zelfs de grond. Met een beetje extra moeite weet ze het stapeltje post door het kattenluikje te wringen en eenmaal terug in de keuken, springt ze via de dichtstbijzijnde keukenstoel op tafel, vlak voor het gezicht van de oude vrouw.
De vrouw kijkt op en glimlacht. Haar ogen twinkelen bij het zien van het speelse gedrag van haar poes. Ze geeft Misscha zachte klopjes op haar hoofd en krabt haar achter haar oren.
Misscha laat de post uit haar bekje vallen waardoor de potjes met pillen en make-up aan de kant worden geduwd. De vrouw pakt de post op en bekijkt de afzender van de bovenste brief.
Mmm, denkt ze, waar heb ik mijn bril gelaten?
Geraakt door deze gedachte kijkt Misscha de keuken rond: over de tafel, het lage aanrecht en in de richting van de woonkamer. Daar, in de verte, ziet ze de bril van haar vrouwtje op het kleine bijzettafeltje bij de gemakkelijke stoel naast de kachel liggen.
Ze neemt een hoge sprong van de tafel en is binnen drie tellen aangeland op het kleine tafeltje. Daar steekt ze haar kopje voorzichtig onder het koordje van de bril en loopt er dan iets rustiger mee terug naar de keukentafel. Opgewonden springt ze ermee op de schoot van haar vrouwtje.
De oude vrouw aait haar over haar zachte kopje.
‘Mijn God, hoe kom je toch zo slim? Jij bent echt het knapste diertje dat ik ooit heb gezien,’ fluistert de oude vrouw glimlachend tegen Misscha.
Voorzichtig neemt ze het koordje van Misscha’s nek, zet de bril op haar eigen neus en begint op haar gemak met het doornemen van de post.
Misscha volgt met grote interesse iedere beweging die haar vrouwtje maakt en begrijpt dat haar vrouwtje nu een tijdje haar aandacht bij deze brieven zal hebben. Ze besluit een korte wandeling te gaan maken. Rustig ditmaal, loopt ze naar de keukendeur en verlaat deze via het luikje.
In de hal blijft ze een moment staan en denkt na. Wat nu te doen? Een wandeling door de zonnig ruikende bloemen en het hoge gras, of een korte tocht naar de hoge zolder waar het zo heerlijk ruikt naar oude dozen en andere zaken, en waar ze vast een plekje zal kunnen vinden die al enige tijd door de naar binnenschijnende zon is verwarmd. Ze besluit voor het laatste en beklimt de zoldertrap. De oude vrouw gaat deze weg al jaren niet meer, haar zwakke benen laten het niet meer toe.
Bij de ingang van de zolder, tegenover de zolderdeur, staat een grote houten dekenkist. Het deksel is gesloten maar door de kieren van de gekrompen planken waar de kist van is gemaakt, ziet ze boeken van verschillende formaten en kleuren liggen. Bovenop de kist liggen een aantal tijdschriften met daar weer bovenop, een stapel fotoalbums.
Ze gaat de linker hoek om en komt terecht in een grote open ruimte onder het dak van de oude boerderij. De sfeer op de stoffige oude zolder is betoverend: over de zoldervloer verspreidt liggen diverse oude meubels, waaronder vele kapotte stoelen, hun poten in de lucht. Langs de muren staan ontelbare dozen, sommigen half geopend, anderen stevig dicht. Alles is bedekt met een laag stof en rietsnippers, afkomstig van het jaren oude rieten dak. De door het zolderraampje naar binnenschijnende zonnestraal maakt het stof zichtbaar dat in de lucht rondzweeft, en de warmte van de zon op het rieten dak vult de zolder met een zoete geur.
Op haar gemak loopt Misscha naar het zonverwarmde plekje op de vloer, draait zich een aantal keren rond tot ze haar plekje heeft gevonden en gaat liggen, haar voorpootjes half over haar gezichtje gevouwen.

Al snel valt Misscha in een diepe slaap. Ze glimlacht, spint en maakt subtiele rennende bewegingen met haar voorpootjes.
Ze heeft hem bijna te pakken! Voor een derde keer verdwijnt de kleine grijze muis in het hoge gras rond de boerderij. Misscha maakt een scherpe bocht waardoor het droge zand alle kanten opvliegt en rent er in volle vaart achteraan. Dan is hij verdwenen. Ze stopt voor een kort moment en spitst haar oortjes. Rechts van haar hoort ze het zachte bijna onhoorbare getrippel van de rennende muis en zonder ook maar een extra seconde te verliezen schiet ze weg in dezelfde richting. De zon schijnt nu recht in haar ogen en het kost haar moeite om de kleine veldmuis duidelijk te zien. Nogmaals is hij ineens verdwenen en Misscha geeft het maar op. ‘Genoeg gerent voor vandaag,’ besluit ze terwijl ze zacht nahijgend om zich heen kijkt.
Verwonderd knippert ze met haar ogen. De boerderij is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een uitgestrekt landschap. Misscha kijkt onderzoekend naar de bomen en bloemen en het hoge gras die van binnenuit lijken te stralen met een helderheid die ze niet eerder heeft gezien. Schaduwen ontbreken en wanneer ze omhoog kijkt en de helderblauwe hemel afspeurt naar de positie van de zon, blijkt deze er niet te zijn.
Voorzichtig zet ze enkele stapjes in de richting van een heldergele bloem met fijngevormde bloembladen. De bloemblaadjes groeien van de uiterste rand in een spiraalbeweging naar binnen toe, en lijken in hun steeds kleiner wordende blaadjes tot in het oneindige door te gaan tot ze als bijna onzichtbaar in de kern van de bloem verdwijnen, te klein om nog door het oog te worden waargenomen. Wanneer ze naar de andere bloemen en planten om zich heen kijkt, ziet ze dat deze spiraalvorm in allerlei varianten terugkomt.
Het is windstil, geen blaadje aan de bomen en geen grassprietje tussen haar pootjes beweegt en wanneer ze haar kopje omhoogsteekt en diep inademt, wordt ze een zoete geur gewaar die van de gele bloem komt. Net als de kleuren van de in bloei staande natuur om haar heen, is ook deze geur bijzonder doordringend en van een veel fijnere samenstelling dan ze zich kan herinneren ooit geroken te hebben.
Een zachte kreet onderbreekt haar mijmeringen. Ze spitst haar oren om de richting van het geluid te bepalen en ziet in de verte een klein figuurtje op haar af rennen. Het kleine figuurtje wordt al snel groter en Misscha voelt dat deze persoon in groot gevaar is en naar haar toe rent voor hulp. Achter hem duikt ineens een zwarte schim op en voordat Misscha begrijpt wat er aan de hand is en ook maar een duidelijke blik op deze schim heeft kunnen werpen, bedekt deze het slachtoffer en zijn beiden op slag verdwenen.
‘Dat was een Zieleneter, één van Guedo’s duistere dienaren.’
Misscha springt geschrokken op en kijkt om zich heen, maar ze ziet niemand.
‘Hallo Misscha,’ klinkt een vriendelijke stem. ‘Rustig maar, ik doe je geen kwaad. Ik sta vlak voor je, maar misschien heb je er moeite mee me te zien. Daar kan ik op dit moment helaas niets aan veranderen. Mijn naam is Neander en ik was al een tijdje naar je op zoek.’
Misscha voelt zich van haar stuk gebracht. Wie was deze man en waarom had hij haar gezocht? Ze knijpt haar ogen tot spleetjes samen in een poging hem beter te zien, maar de zon verblindt haar en ook lijkt het wel of ze dwars door hem heen kijkt. De boomstronk die zich achter de wazige schim bevindt kan ze nog steeds zien staan hoewel niet zo duidelijk als de struiken en het gras er omheen. De lucht vlak voor haar beweegt langzaam op en neer alsof ze in een vijver kijkt.
‘Wat ik je nu ga vertellen zal je vast en zeker vreemd in de oren klinken en misschien zul je zelfs denken dat ik gek ben, maar geloof me dat het allemaal waar is.’
Misscha voelt zich nog steeds verward door deze plotselinge ontmoeting en is niet in staat om alles wat Neander zojuist tegen haar heeft gezegd in zich op te nemen, maar ze knikt alsof ze het begrepen heeft.
‘Goed,’ zegt Neander dan. ‘Kort gezegd; er is iets vreselijks gebeurd en jij bent het enige wezen die mij en daarmee vele anderen kan helpen om dit probleem op te lossen. De langere versie zal alles wat meer duidelijk maken, maar het zou nogal wat tijd kosten om alles precies uit te leggen en tijd is iets dat we op dit moment niet hebben. Dus… wat zeg je ervan, Misscha? Ben je bereid me te helpen?’
‘Wat? Maar… waarmee dan?’ stamelt Misscha. Ze begrijpt in de verste verten niet wat hij van haar wil.
Neander zucht. ‘Oké, een beetje meer uitleg is waarschijnlijk wel op zijn plaats. Luister…’
Maar dan hoort Misscha een bekend geluid en kijkt om.
‘Nee Misscha, wacht!’ roept Neander in paniek. ‘Wacht even!’

Misscha opent haar ogen en ziet dat ze zich weer op de vertrouwde zolder bevindt. Beneden in de woonkamer rinkelt de telefoon, het geluid dat haar had gewekt. Nog verbaasd over wat ze zojuist heeft mee gemaakt, springt ze snel op en rent de zolder uit en de trap af naar beneden.
Als ze de woonkamer binnenloopt, ziet ze haar vrouwtje bij de telefoon zitten met de hoorn nog in haar handen. Haar gezicht staat bedroefd en Misscha voelt dat haar vrouwtje zojuist slecht nieuws heeft gehoord. De vrouw legt de hoorn op de haak.
‘Mijn lieve Misscha,’ vraagt de oude vrouw zacht. ‘Waarom doen sommige mensen anderen toch zoveel verdriet aan? Ik heb maar één zoon maar hij heeft alweer besloten om niet te komen.’
De vrouw staat langzaam op en loopt terug naar de keuken, stapje voor stapje en met zichtbare moeite. Haar postuur is klein en gedrongen. Haar enigszins kromme rug vertelt over de vele jaren van haar leven die ze heeft doorgebracht met zwaar werk.
‘\\\"Geen tijd vandaag, sorry, maar er is plotseling iets tussen gekomen,\\\"’ mompelt de vrouw in zichzelf terwijl ze naar het aanrecht loopt.
‘Er komt altijd iets tussen. Volgens mij is het alweer drie weken geleden dat ik hem voor het laatst heb gezien. Mijn enige kind kan nog geen uurtje vrijmaken om me te bezoeken. Wie weet hoeveel tijd ik zelf nog over heb?’
Ze plaatst het kleine aantal vuile borden en kopjes in de afwasbak, doet er een beetje afwasmiddel bij en laat warm water in de bak lopen. Misscha voelt het verdriet van de oude vrouw en strijkt met haar lichaam teder langs haar benen terwijl ze zachte klagende geluidjes maakt. Dan gaat ze links van de vrouw op de grond liggen en wacht tot ze klaar is met haar werk. Ze weet dat er na de afwas altijd een wandeling naar buiten volgt, één van haar meest favoriete bezigheden van de dag.
Als ze een half uurtje later naar buiten lopen voor hun dagelijkse korte wandeling, staat de zon al hoog aan de hemel. Er is geen wolk te bekennen in de helderblauwe lucht, en de boerderij en de omliggende tuinen en weiden zijn gehuld in die typische stilte die je alleen op een zomernamiddag op het platteland tegenkomt. De hoge bomen langs de lange keukenmuur van de boerderij werpen hun korte schaduwen over de muren en ramen. Het grootste gedeelte van de dag is het huis overschaduwd door deze hoge dichtbegroeide beukenbomen die nauwelijks zonlicht doorlaten. Het daglicht binnenin de woning is hierdoor enigszins gedempt en het is nodig om de lampen in de keuken en woonkamer voor het grootste gedeelte van de dag aan te houden.
Misscha en de oude vrouw lopen naar de zijkant van de boerderij waar de smalle tuin overgaat in de brede tuin aan de voorkant van het huis. De tuin rondom de boerderij is groot en verwilderd. Er is al sinds maanden niet meer in gewerkt. Alles is overwoekerd met onkruid en de tuin is bezaaid met losse bladeren.
‘Kijk eens om je heen, Misscha,’ zegt de oude vrouw zacht. ‘Zo’n mooie tuin, zoveel mooie kleuren, maar als niemand het bijhoudt is het al heel snel een rommeltje. En zoonlief heeft het te druk vandaag. Ik zou het zelf wel doen maar mijn benen… mijn rug...’ met een van pijn vertrokken gezicht strekt ze haar rug. ‘Alles aan dit lijf is te oud.’
Misscha luistert naar de woorden van haar vrouwtje, maar echt begrijpen doet ze ze niet. Maar zoals altijd flitsen er in haar geest plaatjes op wanneer ze luistert naar haar stem, en samen met de gevoelens die ze dan krijgt, heeft ze een goede indruk van wat zij bedoelt.
Terwijl de oude vrouw verder de tuin inloopt en de verscheidenheid aan bloemen in het zonlicht bewondert, gaat Misscha haar eigen weg.
Ze maakt een wandeling langs de muren en snuffelt aan de vele verschillende geurtjes die uit het huis naar buiten komen; een mengeling van natte aarde; een weeïge kelderlucht; beschimmelde stenen boven de vochtige aarde...
Het wemelt er van kleine diertjes die een mengelmoes aan geluidjes laten horen en vanonder de rand van het rieten dak klinkt het zachte gepiep van pas uitgekomen huismussen, roepend om voedsel.
Misscha sluipt door het hoge gras, en bespiedt vanachter een hoge grashalm nieuwsgierig de krekels in het gras, een zwerm dansende muggen boven de plas regenwater van afgelopen nacht, een aantal onrustig rondvliegende vlinders boven haar hoofd en de hardwerkende bijen op de zoetgeurende bloemen.
Achter in de tuin aangekomen staat ze even stil bij een lage holle boomstronk. Dit is een van haar vele lievelingsplekjes waarin ze graag wegdoezelt, vooral in de zomer als de zon het droge hout heeft verwarmd en de geur van vermolmt hout rondom en in de stronk hangt. Misscha voelt hoe de warmte van de dag haar loom en slaperig begint te maken en besluit een korte rustpauze te nemen. Ze kruipt door het lage gat in de stronk naar binnen, maakt het zich gemakkelijk en valt in slaap.
Wanneer Misscha een aantal uren later terug het huis in loopt, is de zon al bijna onder en begint het al weer kouder te worden. In de keuken neemt ze een aantal hapjes vlees uit haar voerbakje en loopt vervolgens door naar de woonkamer.
De woonkamer is lang en het plafond is laag zoals het bij de meeste oude boerderijen uit de 19e eeuw gebruikelijk was. Het plafond vertoont vele barsten en kleine scheurtjes. Het tapijt is op vele plaatsen doorgelopen en hier en daar zijn lichtgele plekken zichtbaar, sporen van de diverse honden die er hebben gewoond maar al jaren geleden zijn overleden. Een aantal van deze vlekken zijn verborgen onder stoelen en kleine bijzettafeltjes.
De oude vrouw zit in haar gemakkelijke stoel bij de kachel en kijkt naar het zes uur nieuws op tv.
Als Misscha ziet dat de oude vrouw haar schoenen uittrekt en daarna haar voeten begint te masseren, rent ze op een drafje naar de keuken, neemt een grote wollige pantoffel in haar bekje en rent er mee terug naar de woonkamer. Voor een tweede keer rent ze naar de keuken, neemt de tweede pantoffel in haar bekje en laat deze naast de andere op de grond vallen.
‘Mijn lieve Misscha,’ mompelt de vrouw zachtjes, ‘waar zou ik zijn zonder jouw hulp?’ Ze krabt Misscha teder achter haar oortjes.
Misscha sluit genietend haar ogen en begint zachtjes te spinnen. Ze rekt zich loom uit en zakt tussen de stoel en de warme kachel op de vloer.
Vanuit de tv klinkt de ongeruste stem van de nieuwslezer: ‘het aantal mensen dat de laatste maanden in hun slaap is overleden is schrikbarend toegenomen. Volgens de laatste cijfers betreft het hier een toename van maar liefst 30 procent. Doktoren staan voor een raadsel aangezien het hoofdzakelijk jonge gezonde mannen en vrouwen tussen de twintig en dertig jaar oud betreft en er geen spoor van ziekte of geweld te ontdekken valt. Wij houden u op de hoogte. En dan nu de sport…’
‘Mijn God,’ hoort Misscha de oude vrouw mompelen. ‘Wat is dit nu weer? Let maar eens op, Misscha, dit komt allemaal door dat gerommel met dat klonen van het eten, geloof me maar…’
Misscha knikt loom en miauwt zachtjes.
De voortkabbelende stroom geluiden van de tv begint op haar in te werken en al snel voelt ze hoe haar oogleden zwaar worden en langzaam dicht vallen. De oude vrouw klopt Misscha zachtjes op haar hoofd terwijl haar ogen op de tv gericht blijven.
‘Slaap maar lekker, mijn meisje. Jij wordt ook al een dagje ouder.’
Misscha spint luid en tevreden. Haar leventje kan niet beter, ze heeft alles wat ze zich maar wensen kan; een prachtige boerderij met een uitgebreide tuin erom heen om in rond te dwalen; altijd een gevulde voerbak; een warme kachel om bij weg te doezelen en het liefste vrouwtje van de hele wereld die zielsveel van haar houdt.
Plotseling bekroop haar een onheilspellend gevoel. Ze opende ongerust haar ogen en keek de kamer rond. Alles leek in orde te zijn. De vrouw zat in haar stoel en keek nog steeds naar het nieuws op tv dat nu op haar einde liep. De nieuwslezer stond naast een grote kleurige weerskaart en wees om beurten naar kleine zonnetjes en regenbuitjes en Misscha hoorde hoe de oude vrouw nu en dan mompelde en kleine zuchtjes slaakte. Misscha keek op naar het gezicht van de oude vrouw en op datzelfde moment draaide deze haar hoofd naar Misscha om en staarden twee koolzwarte ogen haar kil aan. Het gezicht van de vrouw stond gespannen en had niet meer die warme zachte uitdrukking die Misscha van haar gewend was. Misscha´s hart klopte gejaagd in haar keel en ze voelde haar maag uit angst pijnlijk samentrekken.
‘Misscha,’ sliste de oude vrouw waarbij ze de naam tergend lang uitrekte.
‘Bemoei je niet met zaken die je niet aangaan… Bemoei je niet met mijn zaken! Ik waarschuw je: BLIJF HIER VANDAAN!’
Als een strak gespannen veer lag Misscha op de grond en staarde verbijsterd naar het gezicht van de oude vrouw. Haar katteninstinct schreeuwde haar toe dat er hier iets vreselijk mis was en dat ze moest opspringen en er vandoor moest gaan, maar die twee zwarte koude ogen hielden haar op haar plek op de vloer gevangen.
‘De man is een dwaas,’ vervolgde de stem geïrriteerd die niets leek op het vriendelijke zachte stemgeluid van de vrouw zelf.
‘Denkt hij mij te kunnen dwarsbomen, mij mijn wraak op hem te kunnen onthouden door de hulp van een oude kat in te roepen? Ha! Onze laatste ontmoeting moet hem van zijn gezonde verstand hebben beroofd…’
De stem bleef voor een kort moment stil. Toen opende de vrouw haar mond weer hoewel het even duurde voordat ze begon te spreken, het leek haar dit keer meer moeite te kosten dan voorheen.
‘Bemoei je er niet mee…’ herhaalde de stem, veel zwakker nu. De oude vrouw draaide haar hoofd terug en staarde met lege ogen naar de tv.
Als een bezetene sprong Misscha op van haar plaats en rende de kamer uit en via het kattenluikje in de keukendeur, de hal in. Daar bleef ze nahijgend staan en probeerde ze haar wild kloppende hartje weer tot rust te brengen. Voorlopig was ze niet van plan zich in de buurt van haar vrouwtje te begeven!
Nog steeds op haar hoede liep Misscha enige uren later terug de keuken in. Ze zag dat haar vrouwtje zich al had omgekleed in haar witte nachtjapon en in de keuken bezig was met het dekken van de tafel voor de volgende ochtend. Voorzichtig liep de poes de woonkamer in en keek gespannen om zich heen. Een moment later liep de vrouw met een glas water in haar hand eveneens de woonkamer binnen.
‘Kom, Misscha,’ zei ze. ‘Het is alweer tijd om naar bed te gaan.’
Ze opende de deur van de woonkamer, draaide de lichtschakelaar om waarna de kamer zich in een plotselinge duisternis hulde en liep door naar haar slaapkamer. Misscha volgde haar met langzame stapjes, nog niet volledig overtuigt dat alles weer in orde was. Moeizaam stapte de oude vrouw in bed. Misscha bleef op een afstand staan kijken en onderzocht het gezicht van haar vrouwtje zorgvuldig, speurend naar een teken van het duistere wezen dat enige uren geleden de oude vrouw in zijn macht had gehad. Het gezicht toonde nu echter weer de zachtheid die Misscha gewend was er te zien.
Zich nu wat meer op haar gemak voelend, springt Misscha op het voeteneinde van het bed en na enkele ogenblikken valt ze in een diepe slaap.
Gepost op 21-09-2005 om 10:34 uur
426 keer gelezen
<< Vorige in deze serie

Alle verhalen in deze serie (Misscha)
Alle verhalen van deze schrijver (avharen)



Door: kiezel
De spanning zit er goed in en als lezer vindt je Misscha al snel sympathiek. Dat is belangrijk om je in het verhaal te kunnen inleven, hoewel me dat niet altijd even goed lukt. Misschien dat sommige dingen iets minder uitgebreid beschreven zouden kunnen worden om het makkelijker leesbaar te houden.
Praktisch puntje: let op de voltooid deelwoorden (aantal t's waar d's moeten staan) en let op de tegenwoordige / verleden tijd (aan het eind wisselt die ineens).
Op naar hoofdstuk 3!
Gepost op 12-10-2005 Om 13:15

Dit werk is ingezonden op http://www.blocnoot.nl en blijft te allen tijde eigendom van de feitelijke auteur van het werk (of bloCnoot zolang de auteur niet kan worden teruggevonden). Zonder toestemming van de feitelijke auteur mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen. BloCnoot zal nooit toestemming geven indien de auteur niet teruggevonden kan worden. Mocht er sprake zijn van misbruik van de inhoud van het gepubliceerde werk op welke manier ook zullen er (in samenspraak met de auteur) stappen ondernomen worden.